Krien & Quirinus

DE WEBSITE VAN KRIEN VAN DER MEER MET ZIJN OVERPEINZINGEN OVER DE ANTROPOSOFIE EN HET LEVEN

Druk op Afspelen en luister hoe ik 'Ticket to Ride' van The Beatles op de dwarsfluit speel.

ANTROPOSOFIE INLEIDING

DAT KLEINE WOORDJE 'IK' VAN STEINER

November 2010

Rudolf Steiner is de grondlegger van de Antroposofie, (levenshouding, ontwikkelingsweg) en leefde van 1861-1925, geboren in het oude Oostenrijk.

Iedereen kent wel de Vrije Scholen, onderwijs, en Biologische Dynamische Land en Tuinbouw, waar Steiner de basis voor heeft gelegd.

Hij is overleden in Zwitserland, Dornach, Waar hij ook de Antroposofische vereniging heeft opgericht.

Ook staat er in Dornach een gebouw, het GOETHEANUM, wat Steiner ontworpen heeft en wat opvalt door de organische bouwwijze.

Het woordje “IK”, zoals dat in onze taal wordt  gebruikt,  is een naam die zich van alle andere namen onderscheidt. Niemand kan die naam gebruiken met geen ander doel , dan louter voor zichzelf. Het is niet toepasbaar op welk ander mens dan ook, alleen op jezelf.

Kleine kinderen spreken wel over zichzelf met: “Karel is lief”, “Marie wil dat hebben”, omdat het zelfbewustzijn, het “ik”  in hen nog niet geboren is. En als dat zelfbewustzijn zichzelf bij kinderen openbaart, als ze het woordje ´ik´ bewust op zichzelf toepassen is dat een hele grootte stap  in hun ontwikkeling, ze zijn zichzelf bewust dat ze een zelfstandig mens zijn; ze ervaren zichzelf op dat moment als een bewust zelfstandig denkend wezen.

Door dat zelfbewustzijn leert de mens zichzelf kennen als een zelfstandig wezen, als een “ik”. Ieder mens heeft iets in zich: “als dat van een klein wonder op zich”, als het ware iets van het “goddelijke”, afgezonderd van al het overige wat bestaat.

Dit “ik” is eigenlijk het wezens kenmerk, het onvergankelijke, van ieder mens. En gaat mee van incarnatie (opnieuw geboren worden) naar incarnatie en het is mogelijk, eigenlijk het doel, dat dit “ik” zich via iedere nieuwe incarnatie verder ontwikkelt, door het verder verdiepen van het gevoelsleven en het verder ontwikkelen van de geestelijke vermogens (als het ware die denkwereld).

In dat “ik” leeft het eeuwige, het ware en goede, het onvergankelijke, het goddelijke van de mens. Als het ware de verhouding in elk mens tussen geest,( denken) en gevoel. Ieder mens heeft weer een eigen samenstelling tussen deze twee: denken en voelen, en dat maakt ieder mens eigenlijk weer uniek.

Maar zoals de druppel zich verhoudt tot de zee, zo verhoudt het ”ik” zich tot het goddelijke. Het goddelijke in ieder mens is in zijn ontwikkeling, eigenlijk oneindig, er zijn geen grenzen aan de groei van het goddelijke, het ik, het geestelijke, in ieder mens,.

Steiner gaat uit van lichaam, ziel en geest, ieder mens is een mix van deze drie, lichaam ziel en geest. De een handelt wat meer uit gevoel (ziel). De ander handelt wat meer uit het denken (geest). Bij ieder mens zijn lichaam ziel en geest aanwezig. Maar het karakter of temparement  van een mens wordt voor een groot deel bepaald door die verhouding tussen die gevoelswereld en die denkwereld. De een handelt meer uit die gevoelswereld, de ziel, en de ander meer  vanuit  het rationele, het denken, die geest.

Ook mag je zeggen dat delen van karakter en temparement overerfbaar zijn, maar het unieke het oorspronkelijke, het wezenlijke, van de mens komt uit de mens zelf voort, en is uniek.

De filosoof Goethe zegt bijvoorbeeld: “Het vrolijke in mijn karakter heb ik van moeder en de lust om te praten heb ik van vader”, maar het unieke, het kenmerk wat Goethe tot genie maakt komt uit hemzelf voort. En zit verweven in zijn “ik”. Steiner heeft na zijn studie ongeveer 10 jaar gewerkt aan het Goethe archief en in zijn boeken verwijst hij regelmatig naar Goethe.

Een leuk vergelijk (van Steiner), je zou kunnen zeggen zoals de boom wortelt in de aarde (lichaam, fysieke) en opbloeit in de geest (denken, goddelijke), maar dan datgene wat beiden verbindt, is de stam, (de ziel) van de boom, de boom zelf.

Lichaam (fysieke) en geest (in grootte lijnen het “denken”)  zijn op zich niet zo moeilijk te begrijpen maar het begrip, ziel, die gevoelswereld  verdiend wat meer aandacht.

Steiner deelt het begrip ziel in drie delen in: DE GEWAARWORDINGZIEL, DE VERSTANDSZIEL en DE BEWUSTZIJNSZIEL

Gewaarwordingziel:

Dit is het gebied van de gewaarwordingen (waarnemingen, wat je ziet, ruikt of proeft), en dit deel van de ziel noemt Steiner het zielelichaam (eigenlijk een onderdeel van de gewaarwordingziel).

Verder natuurlijk gevoelens, van vrolijkheid, somberheid,  de instincten, lusten etcetera.. Vergelijkenderwijs hebben dieren ook een gewaarwordingziel. Dit deel van de ziel is de overeenkomst tussen dieren en mensen.

Alleen mensen kunnen hun waarnemingen, gevoelens, vrolijkheid, somberheid,  instincten, lusten  overdenken en daarna pas handelen. Dieren reageren als het ware direct op hun instincten en gevoelens/impulsen want zij hebben geen denkvermogen.

Dit deel van de ziel, het zielelichaam en de gewaarwordingziel is de verbinding met de fysieke wereld.

Mijn ervaring is door eindelijk eens meer op die gevoelens van mijzelf te gaan letten, als het ware de ruimte te geven aan dat gevoel, er voor mij een kompleet andere wereld is ontstaan, een metamorfose, mijn gevoel erbij betrekken voordat ik handel en of iets zeg. (Eindelijk eens weg uit die denkwereld, van waaruit  ik alle beslissingen nam). Ik had echter wel een jaartje nodig om die gevoelens een juiste plek te geven, zo vanaf augustus 2008.

Terwijl ik al vanaf 1985 Steiner lees, die uit gaat van lichaam ziel en geest, maar ik deed eigenlijk niets met die gevoelswereld, die ziel, ik zat veel te veel, achteraf bezien, vast in dat rationele, in die denkwereld. Dan kom je op het punt van wanneer heb je iets begrepen, als je het gelezen en begrepen hebt, of als je het toepast.

Verstandsziel: 

Mensen hebben het vermogen dat ze kunnen denken en dat noemt Steiner het gebied van de verstandsziel. Deze heeft een verbinding met het fysieke, het lichaam, die gewaarwordingziel, doordat ze die indrukken, impulsen, gevoelens gewaarwordingen enz. kunnen overdenken. En wel of niet toegeven, via het denken aan die impulsen, gevoelens, lusten etcetera.

Maar de mens kan ook dingen, ideeën en gedachten overdenken met de verstandsziel die uit de geest stammen, die ideeën wereld, (intuïties) die onuitputtelijke geestelijke wereld.

Dit deel van de ziel noemt Steiner de bewustzijnsziel.

Bewustzijnsziel:

Dit deel van de ziel is nu de drager van het “ik”.

In die bewustzijnsziel vormen zich de gedachten en ideeën die uit de geestes wereld stammen (waar de oneindige waarheid, het goddelijke leeft).  Alle oorspronkelijke ideeën en gedachten noemt Steiner intuïties, ideeën. (de simpelste gedachte kan al een intuïtie bevatten, bijv. je denkt opeens het koffiezetapparaat staat nog aan, of je realiseert je opeens dat je een afspraak hebt die je vergeten was, of je krijgt een idee).

Steiner zegt ook wel dat de geesteswereld dit  intuïtieorgaan vormt, waardoor deze bewustzijnsziel zijn gestalte krijgt. (waar gedachten, ideeën  ontstaan).

Waardoor deze bewustzijnsziel, dit intuïtie orgaan,  ” het ik”, zich verder kan ontwikkelen  en ongelimiteerd verder kan groeien, de geest kan zich oneindig verder ontwikkelen. Er is geen beperking aan de geestelijke groei.

Hier is meditatie, scholing, het lezen van Steiner, (veroorzaakt een bepaalde manier van denken) de schakel tot ontwikkeling. Misschien is mediteren een wat beladen woord maar met overgave bidden, vanuit welke religie dan ook is al een vorm van meditatie, van ontwikkeling.

Steiner onderscheid meditatie en concentratie oefeningen.

De schets van een concentratie oefening duur slechts vijf minuten: neem een eenvoudig gebruiksvoorwerp, bijvoorbeeld een lepeltje, en overdenk waar is het van gemaakt, wat doe je er mee, wat voor lepeltjes zijn er etcetera. Het resultaat als je dit maandenlang volhoud, is dat je meer structuur brengt in het  denken, de gedachten dwalen minder af.

Maar ook het leven op zich is al een scholingsweg, door wat je dagelijks meemaakt. En het lezen van bijvoorbeeld de bijbel of de literatuur van Steiner, wat een bepaalde manier van lezen, denken, vergt is al een stukje scholing.

Dit deel van de ziel, de bewustzijnziel, is de verbinding met de geestelijke wereld (het oneindige, het goddelijke). Zoals de gewaarwordingziel de verbinding is met de fysieke wereld.

Ieder mens is op een bepaald punt van ontwikkeling, groeiproces, de een handelt meer uit de geest, de ander meer vanuit die fysieke wereld  Steiner schetst het leven als een ontwikkelingsweg van geestelijke groei en het verdiepen van dat gevoelsleven. Het eigenlijke doel van het leven, ontwikkeling. En daar is ieder mens mee bezig bewust of onbewust.

Een mens is des te volmaakter, bij Steiner, naarmate hij meer handelt vanuit die geest, vanuit die bewustzijnsziel, vanuit dat “ik”. Een mens is des te onvolmaakter naarmate hij meer handelt vanuit het fysieke (lichaam), vanuit die gewaarwordingziel.

Maar ieder mens is, “bij mij”, een klein wonder op zich, ieder mens is uniek. Er leeft bij mij een diep respect voor ieder mens.

Echter ieder mens bevind zich op zijn punt van ontwikkeling, het doel verder groeien dan dat je was. Het verdiepen van dat gevoelsleven, en het verder ontwikkelen van die rationele vermogens.

De grootste wijze kan van een klein kind nog veel leren, volgens “Steiner”.

Gaandeweg kan het “ik” vanuit die bewustzijnsziel de gehele ziel gaan doorstralen (gewaarwordingziel, verstandsziel),  het “ik” gaat heersen in de ziel.

Bijvoorbeeld: die gewaarwordingziel, die lusten, Je hebt  wel trek in een koekje, lekker, een lust. Dan kan het gebeuren dat die behoefte aan dat bewuste koekje belangrijk vermindert, je geeft er niet meer zoveel om. (hiermee bedoel ik niet dat een koekje verkeerd is). Dit kan je realiseren door te overdenken hoe belangrijk is dit koekje is het echt nodig, kan ik zonder dit koekje. Dit wel een tijdje volhouden, dit overdenken.

Dan kan het volgende gebeuren: Dan heerst het “ik” als het ware in dat deel van de ziel, in die lust, dat koekje is dan niet meer zo belangrijk. Dit is toch een stukje ontwikkeling, groei, van “het ik”. Dit is slechts een voorbeeld!

Het doel van het leven, een ontwikkelingsweg? Jezelf verder ontwikkelen, een stukje groeien! Ieder mens heeft natuurlijk zijn eigen bepaalde voorkeuren in wat hij met zijn leven wil doen. Dit geeft als het ware kleur aan ieders leven. Dit is het unieke aan ieder mens.

Ik kan het niet nalaten om te schrijven dat het eigenlijk niet zoveel uitmaakt wat je doet, maar de manier waarop je iets doet, de intensiteit, de overgave. Steiner noemt dit: “de liefde tot de daad”.

Maar het hebben van idealen is natuurlijk niet verboden. Ik ben zeer benieuwd waar mijn ontwikkeling zich heenleid! Ik persoonlijk werk aan mijn geestelijke groei, en het verdiepen van dat gevoelsleven, met een diep respect voor ieder mens.

Dit wil ik direct met mijn eigen woorden onderbouwen (in de geest van Steiner), bij mij is: “ieder mens een klein wonder op zich”, maar met deze woorden stel ik mijzelf eigenlijk een ideaal, in hoeverre kan ik in mijzelf de kracht vinden om dit ideaal na te streven, elk mens te zien als een klein wonder? Je hebt wel eens van die mensen daar zit je mee te praten en dan is er net iets van wat irriteert, je haren rijzen te berge. En dan is het moeilijker die kracht op te brengen.

Als mijn vriendin echter tegen mij praat, dan krijg ik daar een prettig gevoel bij! En is die kracht, ieder mens dat wonder op zich, vanzelf sprekend…..

 

“Ik” stop ermee.

 

Tot schrijfs,

 Krien van der Meer.