Krien & Quirinus

DE WEBSITE VAN KRIEN VAN DER MEER MET ZIJN OVERPEINZINGEN OVER DE ANTROPOSOFIE EN HET LEVEN

Druk op Afspelen en luister hoe ik 'Yesterday' van The Beatles op de dwarsfluit speel.

ANTROPOSOFIE VOORKENNIS

 

ZIEN, HOREN EN VOELEN

Maart 2011

 

Mijn schrijversdrang komt weer eens naar boven. In zekere zin is het schrijven een soort uitlaatklep voor mij, bij wijze van spreken. Het moet er uit. En dingen schrijven, houdt in dat je nog dieper tot de wezenlijke kern doordringt, doordat je het  gaat verwoorden.

 

Bij Steiner zijn de eerste herkenbare ontwikkelingen van die geesteswereld dat je de uitingen van de geestelijke wezens leert kennen: Het gebied van de imaginatie.

Natuurlijk is het lezen van zijn werk, wat een bepaalde manier van denken vergt en/of bijvoorbeeld het lezen van de bijbel al een eerste stap in die richting van die geestelijke ontwikkeling.

Heel interessant: Eén van de eerste stappen, als het natuurlijk wordt als het denken ,voelen en willen een zekere zelfstandigheid beginnen te krijgen. Het 'ik' moet echter sterk genoeg ontwikkeld zijn om over deze vrijwel 'zelfstandige wezens' denken, voelen en willen te blijven heersen.

Als dat denken, voelen en willen zelfstandig beginnen te worden, dan kom je volgens Steiner te staan  voor de ontmoeting met de grote wachter aan de drempel: De gestalte die eigenlijk een product is van je eigen zijn! Het beeld wat je mee draagt naar  elke volgende incarnatie. Dit kan heel afschrikwekkend zijn, het beeld van wat je eigenlijk bent!

Het beeld van de grote wachter aan de drempel past zich steeds aan bij je ontwikkeling, hoe verder in je ontwikkeling hoe “mooier” als het ware het beeld wordt.

Steiner noemt het niets voor niets “De Wachter”, het beeld van de wachter, je eigen zijn, staat voor je voordat je die geestelijke wereld kunt betreden, dat gebied van de imaginatie.

 

Deze inleiding was nodig vanwege het volgende:

Ik hoor, zie en voel dingen die er niet zijn, vrij van mijn zintuiglijke waarnemingen. Eigenlijk is dit “geestelijk”, horen zien en voelen? Volgens mij bedoeld, benoemt, Steiner dit soort “waarnemingen” toch met het:

“HET VOORWERPELIJK BEWUSTZIJN”.

 

Bij Steiner is het gebied van de imaginaties 'HET MOMENT' dat je de geestelijke wereld begint waar te nemen doordat je de uitingen van de geestelijke wezens begint waar te nemen.

Dit wat ik waarneem is, volgens mij, duidelijk niet die geestelijke wereld van Steiner. Voor mij zijn dit horen, zien en voelen wčl feiten, realiteiten die er zijn, wellicht bovennatuurlijke waarnemingen.

Dit zijn bij mij echter duidelijk geen waarnemingen met die zintuigen zoals je oren, je ogen en je gevoelsindrukken.

In dit artikel gebruik ik toch de termen geestelijk horen, geestelijk zien en geestelijk voelen, om het onderscheid te maken met de zintuiglijke indrukken.

 

Enkele feiten (voor mij):

 

Het zien:

Dit is meer iets wat zich pas na tweede helft 2008 begon te ontwikkelen, ik kan het niet meer goed terugkoppelen wanneer.

Bijvoorbeeld: In het antroposofisch centrum in Den Haag, in de rode zaal, hangt een portret van Rudolf Steiner. Dit portret zie ik letterlijk voor mijn geestesoog, als ik mij erop concentreer, met lijst en gemęleerde rode zaalkleur . En iedere keer zie ik dan ook die wilskracht, valt mij op, die uit Rudolf Steiner zijn ogen straalt.

 

Het is ook net alsof door het mediteren de beelden scherper worden.

Met de meditatie met de bruine boon zag ik de boon, als ik mij daarop concentreerde, met het geestesoog ook driedimensionaal en in kleur, en eigenlijk mooier als de bruine boon die voor mij op tafel lag.

Of bij mijn artikel ‘Vreemde krachten’: De plant die alleen afstierf aan de rechter kant, wat voor mij de impuls was te stoppen met dat stomme fietsen!

 

Eén mooi voorbeeld wil ik toch nog kwijt.

Ik heb de meditatie met de zaadkorrel gedaan, het ontstaan van de plant uit de zaadkorrel, en daarbij geprobeerd bepaalde gevoelens te ontwikkelen.

'Het onzichtbare zal zichtbaar worden', is de meditatieopdracht van Steiner.

Het gevoel van vrolijk ontwikkelde zich bij mij. 

En volgens Steiner ontwikkelt er bij het ontstaan van iets in de natuur het gevoel van een zwakke gelijkenis met het gevoel bij een zonsopkomst, wat er in eerste instantie was, maar wat helaas weer verdween (hier heb ik geen verklaring voor.)

Wat gebeurde er nu? De zaadkorrel -bij mij een bruine boon- werd voor mijn geestesoog regelmatig praktisch zwart. Waarom? Toen kwam ik op het idee hoe oud die boon is en ik realiseerde mij: "Toch wel gauw een jaar of acht!" De oplossing: Een pak verse bruine bonen in de supermarkt gekocht. Meer groeikracht! En direct tijdens de meditatie vormde er zich bij mij terstond de kleur groen. Ook een geestelijke basis kleur van de plantenwereld, volgens Steiner. De verse boon wegdenkend vormde zich iets wat richting violet gaat.

Dit omschrijft Steiner ook, want na verloop van tijd, van volhardend oefenen, kan er uit de zaadkorrel een violetkleurig vlammenbeeld ontstaan!

 

Ook als ik mij op de wentelende lotusbloemen concentreer, zie ik bepaalde kleuren: Voorhoofd-geel, keel-blauw, hartstreek-rood, maagkuiltje-groen en onderlichaam-oranje. In dit geval zie ik de kleuren toch letterlijk met het geestesoog, en niet de indruk van de kleur.

 

Het waarnemen van de kleur van mijn etherlichaam, iets tussen oud rosse en de rosse kleur van fietspaden, tot ongeveer 5 cm buiten het fysieke lichaam.

Er zit natuurlijk een groot verschil tussen waarnemen bij jezelf en bij anderen. Mijn ervaring bij alle andere mensen: Het etherlichaam blijft gelijk van kleur, maar dan moet ik wel als het ware het fysieke lichaam wegdenken van die ander en zie ik, vormt zich, die kleur van oud rosse tot 5 cm buiten het fysieke lichaam.

 

Het waarnemen van de aura (of zal dit hetzelfde zijn als de kleur van het astraal lichaam?). Bij mijzelf ervaar ik de kleur van heel donker groen aan het eind van de aura en, in het tussenliggende gebied tussen dat etherlichaam en dat heel donker groen, ervaar ik pastel tinten van lichtblauw, grijsachtig en crčmeachtig. De afstand vanaf het fysieke lichaam varieert van 30 cm tot 70 cm (een schatting).

Het waarnemen van de aura bij anderen is nog in ontwikkeling, ik moet het lichaam als het ware wegdenken en dan zie ik een bepaalde kleur.

Hier zit mijns inziens ook weer een valkuil in, namelijk dat je een bepaalde kleur gaat oproepen, en dit is net niet de bedoeling. Het dient zich, de kleur bedoel ik, als het ware vanzelf te vormen (te openbaren of uit te spreken).

 

Het horen,

Ik hoor al stemmen zo vanaf 1985, 30 jaar oud, daar heb ik echter geen last van. En dit ervoer ik als iets vanzelfsprekends alsof het bij mij hoorde. Vaak herhalen de stemmen mijn eigen gedachten. Maar steeds vaker, wisselend, zijn ze ook meer oorspronkelijk! Zoals toen ik terug was bij mijn oude vriendin hoorde ik een bekende stem, een ex-werkgever, zo van: “Jullie verdienen elkaar!”. Het zijn steeds ongeveer dezelfde stemmen die ik hoor en waarvan ik die regelmatig ook denk te herkennen.

Zo'n oorspronkelijke stem ervaar ik, reken ik, duidelijk niet tot een intuďtie.

Bijvoorbeeld bij de meditatie met een bloeiende plant: Dan hoor ik de spreuk: ‘Er is dus iets in haar aanwezig wat ik met de ogen niet waarneem’, maar ik bepaal wel (weer) zelf in welk tempo de spreuk gezegd wordt.

In de psychiatrie is dit een bekend verschijnsel. En stemmen kunnen iemand zo beheersen, zo overheersen, dat ze er echt last van hebben. Ik was eens met iemand aan het biljarten en die persoon gaf aan van: “Nu heb ik eindelijk eens geen last van die stemmen.”

 

Het voelen:

Ik herken met mijn gevoel regelmatig een bepaald persoon die gewoon niet aanwezig is.

Voor mij iets is het iets vanzelfsprekends geworden. Eén van mijn vrienden bijvoorbeeld: Die hoor en voel ik terwijl hij er niet is. Mijn ex-werkgever, die hoor en voel ik terwijl hij er niet is.

Ook mijn ex-vrouw voel ik, en dat bij haar horende typische gevoel dat ik heb: Dan weet ik dat zij het is, dan is het goed. Ik leer ervan, of ik kan er blindelings op vertrouwen. Het onderscheid is wel eens moeilijk te maken, in de zin van:  Is ze het wel, of is ze het niet? Maar als het nodig is, dan weet ik zeker dat ze het is.  

Dat is voor mij heel gewoon, iemand letterlijk bij mijzelf voelen, herkenning.

Ook de persoon Rudolf Steiner hoort tot deze groep, en dan weet ik gewoon dat het Steiner is! Dit houdt dan weer in dat dit begrip Steiner zich vooraf in mij gevormd heeft. Anders kan ik Steiner met mijn gevoel niet herkennen.

 

Nogmaals, volgens mij bedoelt Steiner hier het voorwerpelijk bewustzijn mee, maar dit zien, horen en voelen is bij mij wel vrij van zintuiglijke indrukken. Hoe andere mensen dit op deze manier ervaren, dit horen, zien en voelen, weet ik eigenlijk niet. En eigenlijk heb ik geen idee hoe ik dit nu moet benoemen.

 

Voor mij zijn dit echter wel feiten.

 

Tot schrijfs, maart 2011. Opnieuw bewerkt maart 2012.

 

Krien van der Meer.