|
Krien & Quirinus DE WEBSITE VAN KRIEN VAN DER MEER MET ZIJN OVERPEINZINGEN OVER DE ANTROPOSOFIE EN HET LEVEN |
||
|
|
ANTROPOSOFIE VOORKENNIS
WAARNEMEN VAN HET DENKEN |
|
|
April 2017
INLEIDING. EEN STUKJE VAN MIJZELF.
Volgens Steiner is het denken universeel, er bestaat maar één denkwereld waar we met zijn allen uit putten. Het wordt weer persoonlijk, krijgt een individuele stempel, door het gevoel, gewaarwording, waarnemen en de wil. Het klinkt vreemd het waarnemen van je eigen denkproces. Hoe doe je dat? Kan het eigenlijk wel? Daar bestaan verschillende afwijzende meningen over van diverse filosofen, in de zin dit kan niet, het waarnemen van je denken. Maar voor Steiner is dit een feit het waarnemen van je denken. Dit is de strekking van dit artikel, er naar toe werken van het waarnemen van je eigen denkproces. Ik moet wel erkennen dat dit mij nog niet gelukt is.
Waarom zou je het
doen? Ik zie het als een stukje persoonlijke ontwikkeling en in dat
opzicht is het waarnemen van je eigen denkproces een hele grote stap. EEN STUKJE VAN MIJZELF. Het waarnemen van je denkproces moet eerst wel ontwikkeld, getraind, worden tot het zogezegd zuivere denken en vervolgens vraagt de waarneming ervan, HET ZUIVERE DENKEN, een ongewone inkeer en onverdeelde aandacht. De gedachten trekken als het ware vluchtig door de ziel, ze worden eigenlijk niet opgemerkt. Je zou kunnen zeggen het is een zaak voor ingewijden, voor de meer ontwikkelde, de rijpere mens. Dit is waar, in dezelfde zin als alle wetenschap studie en oefening vergt. Steiner zegt letterlijk het waarnemen van je denken is iets voor de rijpere mens. Dit ZUIVERE DENKEN, het waarnemen van het denken, het ontwikkelen ervan, is eigenlijk de kern, uitgangspunt, van wat in veel van zijn boeken terugkomt. Vooral de boeken: WAARNEMEN EN DENKEN en DE FILOSOFIE VAN DE VRIJHEID gaan hier uitgebreid op in. (zie artikel: De Boekbespreking.)
Vier oefeningen om het ZUIVERE DENKEN te ontwikkelen: Op de eerste plaats: HET LEZEN: van Steiners zelfgeschreven boeken door het ongewone taalgebruik vergt dit veel concentratie en denkkracht en het belangrijkste boek in dit opzicht is eigenlijk FILOSFIE DER VRIJHEID, over dit boek bestaan in het land zelfs diverse studiegroepen om dit boek door gemeenschappelijk overleg begrijpelijk te maken. Op de tweede plaats: DE CONCENTRATIE OEFENING: blijf 5 minuten in gedachten bij een eenvoudig gebruiksvoorwerp bijvoorbeeld asbak of theeglas etc. Neem het voorwerp eerst zo nauwkeurig mogelijk waar en denk dan waar is het van gemaakt waar dient het voor hoeveel soorten zijn er etc. Natuurlijk dwalen je gedachten af, maar het punt is hoe snel koppel je de gedachten weer terug naar het voorwerp! Deze oefening gaat mij goed af. OP de derde plaats: DENK DE DAG IN OMGEKEERDE VOLGORDE TERUG: met wat je allemaal meegemaakt hebt dus je begint als je in bed licht en je eindigt als je opstaat, dit zal niet in een keer lukken maar gewoon blijven oefenen. Deze oefening gaat mij goed af. Op de vierde plaats het onbevangen en objectief luisteren. Zelfs als iemand de meest tegenstrijdige dingen vertelt luisteren zonder te oordelen, je eigen mening zogezegd uitschakelen, voor je houden. Jezelf helemaal inleven in de ander, je kan dan na veel oefenen, beluisteren, tot de kern van de ziel, van de ander doordringen, je leert de persoon op deze wijze kennen. Deze oefening is nog wat in ontwikkeling bij mij.
Steiner: het boek WAARNEMEN EN DENKEN. Het denken treedt op dezelfde wijze in verschijning als de overige ervaringswereld. In het denken is datgene, wat wij bij de overige ervaring zoeken, zelf direct ervaring geworden. (Je kunt je denken pas achteraf, later, waarnemen en dan kun je spreken in de zin dat het waarnemen van het denken ervaring is geworden.)
Onze geest voltrekt het samenvoegen van de gedachten uitsluitend op grond van hun inhoud. In het denken voldoen wij dus aan het ervaringsprincipe in zijn meest krasse vorm.
Onze gedachtenwereld is een volledig op zichzelf gebaseerde werkelijkheid, een in zichzelf gesloten, in zichzelf volmaakt en voltooid geheel. Wij zien hier welke van de twee zijden van de gedachten wereld de wezenlijke is: de objectieve zijde van haar inhoud en NIET de subjectieve zijde van haar optreden. (Steiner gaat uit van een universele denkwereld die voor alle mensen dezelfde is.)
Zodra onze geest zich twee overeenkomstige gedachten voorstelt, merkt hij meteen, dat zij eigenlijk in elkaar overvloeien. Onze geest vindt binnen zijn gedachten bereik overal de elementen die bij elkaar horen; het ene begrip sluit bij het andere aan, een derde begrip verklaart of ondersteunt een vierde, en zo verder. Zo treffen wij bijvoorbeeld de gedachten inhoud ‘’organisme” in ons bewustzijn aan; wanneer wij nu onze voorstellingswereld doorzoeken, dan stuiten wij op een tweede inhoud: “wetmatige ontwikkeling, groei” . Meteen wordt het duidelijk dat deze beide gedachten inhouden bij elkaar horen, dat zij eenvoudig twee zijden van hetzelfde ding voorstellen. Zo is het echter met ons hele gedachten systeem. Alle afzonderlijke gedachten zijn delen van een groot geheel, dat wij onze gedachten wereld noemen. Wanneer een of andere AFZONDERLIJKE gedachte in mijn bewustzijn optreedt, dan rust ik niet eerder dan totdat hij in overeenstemming is gebracht met mijn overige denken. Een begrip dat een dergelijke uitzondering vormt, los van mijn overige geestelijke wereld, is volstrekt onverdraaglijk voor mij. (Een afzonderlijke gedachte kan een inval zijn, ‘dit is geen denken’ die via die ene universele denkwereld zijn bestemming vindt.) Wanneer wij eenmaal zo ver gekomen zijn, dat onze hele gedachten wereld het karakter draagt van volkomen innerlijke overeenstemming, dan krijgen wij daardoor de bevrediging waarnaar onze geest verlangt, Dan voelen wij ons in het bezit van de waarheid.
De inhoud van het denken verschijnt voor ons als een innerlijk volmaakt organisme; alles staat in strenge samenhang met elkaar. De afzonderlijke delen van het gedachten systeem bepalen elkaar; elk afzonderlijk begrip heeft uiteindelijk zijn wortels in ons gehele gedachten bouwwerk. (Steiner gaat uit van die ene alomvattende universele denkwereld die voor alle mensen gelijk is.)
Ons bewustzijn is niet het vermogen om gedachten voort te brengen en te bewaren, zoals men zo vaak gelooft, maar het vermogen om de gedachten (IDEEËN) waar te nemen. (Door het voelen, waarnemen en de wil krijgt het denken een persoonlijk tintje maar er is maar één denkwereld. Ons bewustzijn neemt het denken waar, is een waarneming orgaan.) Goethe heeft dit voortreffelijk uitgedrukt met de woorden: “DE IDEE IS EEUWIG EN UNIEK”.
Onze kennistheorie leidt tot het positieve resultaat dat het denken het wezen van de wereld is en dat het individuele menselijke denken de afzonderlijke verschijningsvorm van dat wezen is.
Het denken is een totaliteit op zich, die zichzelf genoeg is, die niet buiten zichzelf kan treden, zonder in het onbestemde te komen. (Het denken moet ontwikkeld worden tot het zuivere denken om tot de kern van het denken te komen.) Met andere woorden, het mag niet om iets te verduidelijken zijn toevlucht nemen tot dingen die het niet in zichzelf vindt. Een ding dat niet met het denken kan worden omvat, is een onding. Alles gaat uiteindelijk op in het denken, alles vindt binnen het denken zijn plaats.
DE INTUÏTIE. EEN STUKJE VAN MIJZELF. Steiner noemt de INTUÏTIE: “AANSCHOUWEND OORDEELVERMOGEN”. In mijn woordenboek staat: “BEGRIP VAN EEN ZAAK HEBBEN UIT EIGEN VINDING”, “INNERLIJKE AANSCHOUWING”. De intuïtie is de basis, uitgangspunt, van het zuivere denken. En zoals ik al eerder aangegeven heb om dit te bereiken moet je eerst dit zuivere denken als het ware ontwikkelen, zie bovenstaande meditatie mogelijkheden. Een intuïtie is meer op eigen kracht je denken sturen zodat de gedachten logisch op elkaar aansluiten. Je zou kunnen zeggen een intuïtie is een denkproces, wat je kunt bereiken door het zuivere denken te ontwikkelen. Een inval is bij Steiner beslist geen intuïtie, zoals bijvoorbeeld ik rij langs een tankstation en dan komt de gedachte op: sigaretten kopen, wat ik vergeten was. Dit is een inval. En ook: ik las in een boek iets over het zuivere denken en terstond vormde zich de gedachte: meditatie oefeningen, de concentratie oefening van 5 minuten en de dag in omgekeerde terug beleven. Ook dit zie ik als een inval. Mijn geheugen is niet mijn sterkste punt ik moet het meer hebben van die zogenaamde INVALLEN, die structureel bij mij aanwezig zijn. Ik omschreef dit vroeger als een selectief werkend geheugen. Ook HOOR ik zogezegd stemmen, waar ik duidelijk geen last van heb, die vaak mijn gedachten herhalen maar ze kunnen ook oorspronkelijk zijn. (Stemmen zijn voor mij iets persoonlijks en reken ik niet tot mijn gedachten, denkwereld.)
Steiner: Men heeft in de wetenschap de intuïtie vaak zeer geringschattend behandeld. Men heeft het als een tekortkoming van Goethes geest beschouwd, dat hij met de intuïtie wetenschappelijke waarheden wilde bereiken. Wat als intuïtieve weg wordt bereikt, beschouwen velen inderdaad als zeer belangrijk, wanneer het gaat om een wetenschappelijke ontdekking. Daarbij brengt een inval ons vaak verder dan METHODISCH GESCHOOLD DENKEN, zo zegt men. Want men noemt het vaak intuïtie, wanneer iemand door toeval op een juist inzicht stoot, terwijl een onderzoeker zich langs omwegen van de waarheid daarvan kan overtuigen. Maar steeds wordt ONTKEND, dat de intuïtie zelf een wetenschappelijk principe zou kunnen zijn. Wat door intuïtie wordt verworven, moet ZO DENKT MEN achteraf eerst bewezen worden, wil het wetenschappelijke waarde bezitten. (Steiner gaat uit van die ene alomvattende denkwereld en de intuïtie is daar als het ware het gereedschap voor, de intuïtie is volgens Steiner een wetenschappelijke principe.) Zo heeft men ook Goethes wetenschappelijke resultaten voor geestrijke invallen gehouden, die pas naderhand door de strenge wetenschap hun geloofwaardigheid hebben verkregen.
Het boek: DE FILOSOFIE VAN DE VRIJHEID. Het is kenmerkend voor het denken, dat de denkende mens het denken vergeet terwijl hij het beoefent. Niet het denken houdt hem bezig, maar het object dat hij observeert. De eerste observatie die wij bij het denken doen, is dus dat het denken het niet geobserveerde element van ons bewustzijn is. De reden waarom wij het denken in ons dagelijks bewustzijn niet observeren, is geen andere dan dat denken op zijn eigen activiteit berust. Met andere woorden: terwijl ik denk let ik niet op mijn denken, dat ik zelf voortbreng, maar op het object van mijn denken, dat ik niet voortbreng. Dit is zelfs het geval wanneer ik mij in de uitzonderingstoestand breng en over mijn denken zelf nadenk. Ik kan mijn denken van dit moment nooit observeren; alleen de ervaringen die ik met mijn denkproces heb opgedaan, kan ik achteraf tot object van mijn denken maken. Twee dingen gaan niet samen: iets actief voortbrengen en er beschouwend tegenover staan. Zo is het ook met ons denken. Het moet er eerst zijn, als wij het willen observeren.
In tegenstelling tot de waarnemingsinhoud, die wij van buitenaf ontvangen,verschijnt de gedachteninhoud in ons innerlijk. De vorm waarin de gedachteninhoud in eerste instantie optreedt, noem ik intuïtie. De intuïtie is voor de denkinhoud wat de OBSERVATIE voor de waarneming is. Intuïtie en observatie zijn de bronnen van ons kennen. Een ding dat wij observeren blijft ons vreemd zolang wij in ons innerlijk niet de juiste intuïtie hebben, die het aan de waarneming ontbrekende stuk van de werkelijkheid aanvult. Wie het vermogen mist om de intuïties te vinden die bij de dingen horen, blijft buiten de volledige werkelijkheid staan. Zoals een kleurenblinde slechts verschillen in lichtintensiteit en geen kleurkwaliteiten ziet, zo kan een intuïtieloos mens alleen onsamenhangende waarnemingsfragmenten tot zich nemen. Toelichting: (Vertaler Pim Blomaard.) Intuïtief denken heeft bij Steiner niets te maken met aanvoelen of ingevingen hebben. Terwijl intuïtief denken bij Steiner juist de hoogste vorm van begripsmatig denken aanduidt, Het is een ‘zuiver denken’ in de filosofische zin. Met intuïtie en observatie duidt Steiner op twee verschillende activiteiten, die ieder een eigen inhoud vormgeven. De denkactiviteit is aangewezen op de gedachteninhoud, de waarnemingsactiviteit op een waarnemingsinhoud. Met ‘waarneming’ doelt Steiner in deze zinsnede op het object, de inhoud dus, van het waarnemen. Met ‘denken’ moet dan wel de inhoud van het denken bedoeld zijn. Steiner gebruikt de term intuïtie soms ook voor de denkinhoud.
Steiner: Doordat de mens zijn denken op de observatie richt, heeft hij bewustzijn van de objecten: doordat hij zijn denken op zichzelf richt, heeft hij bewustzijn van zichzelf ofwel ZELFBEWUSTZIJN. Het menselijk bewustzijn is noodzakelijkerwijs altijd ook zelfbewustzijn, omdat het DENKEND bewustzijn is. Want wanneer het denken zijn blik richt op zijn eigen activiteit, dan verschijnt zijn hoogsteigen wezen, zijn subject dus, als object.
De mens bleek voor ons het middelpunt van de wereldordening te zijn. Hij bereikt in zijn geestelijke zijn de hoogste vorm van bestaan en volbrengt in zijn denken het meest volmaakte wereldproces. Slechts zoals hij de dingen belicht, zo zijn ze werkelijk.
De naïeve mens houdt zichzelf voor de maker van zijn begrippen. Hij gelooft daarom dat iedere persoon zijn eigen begrippen heeft. De eerst eis die aan het filosofisch denken moet worden gesteld, is dat het dit vooroordeel overwint. Het ene, universele begrip van de driehoek wordt niet tot een veelheid doordat velen het denken. Want het denken van deze velen is zelf een eenheid. “Deze uitspraak houdt in dat niet alleen de begripsinhoud voor iedereen dezelfde is, maar dat ook het ‘denkvermogen’, het denken als ‘geestelijke kracht’ voor iedereen hetzelfde is. Dat het denken als één geestelijk wezen is te zien.”
In het boek boek De Filosofie van de Vrijheid schetst Steiner een weg hoe de mens op basis van het universele denken tot werkelijk VRIJ HANDELEN kan komen. Dan moet de mens zich eerst vrijmaken van bijvoorbeeld de geboden die de religie opleggen, geboden vanuit de overheid, geboden vanuit het zogenaamde ras etc. Je hoeft ze niet te negeren maar er als het ware boven gaan staan, heel duidelijk, als het ware je eigen normen en waarden ontwikkelen. Voor Steiner is het begrip VRIJHEID cruciaal in dit boek! Het boek bestaat uit twee delen: WETENSCHAP VAN DE VRIJHEID “het waarnemen en het denken en daardoor het ontwikkelen van het bewustzijn” DE WERKELIJKHEID VAN DE VRIJHEID “Hoe kan de mens tot handelingen uit vrijheid komen.”
Steiner: Mensen verschillen wat hun intuïtievermogen betreft. De een wordt overstelpt met ideeën, de ander moet ze zich moeizaam verwerven. De situaties waarin mensen leven en die het toneel van hun handelen vormen, verschillen niet minder. Hoe iemand handelt zal dus afhangen van de wijze waarop zijn intuïtievermogen op een bepaalde situatie inspeelt. Het totaal van de ideeën die in mij werkzaam zijn, de reële inhoud van mijn intuïties, bepaalt mijn individuele geaardheid als mens hoe universeel de ideeënwereld ook is.
Doorslaggevend voor een intuïtieve handeling in een concrete situatie is het vinden van de bij die situatie passende, geheel individuele intuïtie.
Steiner MONISME: Voor de monist is het denken noch subjectief, noch objectief, maar een principe dat beide zijden van de werkelijkheid omvat. Als wij denkend observeren, voltrekken wij een proces dat zelf in de stroom van de actuele werkelijkheid staat.
Het monisme roept in de mens juist de overtuiging op dat hij in de wereld van de werkelijkheid leeft en niet buiten zijn eigen wereld een onervaarbare hogere werkelijkheid moet zoeken. Het weerhoudt de mens ervan de absolute werkelijkheid ergens anders dan in de ervaring te zoeken, omdat het hem laat inzien dat de inhoud van de ervaring zelf de werkelijkheid bevat. En de monist is door deze werkelijkheid bevredigd, omdat hij weet dat het denken de kracht heeft voor die werkelijkheid in te staan.
Voor het monisme is de begripsinhoud van de wereld voor alle menselijke individuen dezelfde. Volgens monistische principes beschouwt het ene menselijke individu het andere als zijns gelijke omdat het dezelfde universele inhoud is die zich zowel in hemzelf als in de ander manifesteert. Er zijn in de ene begrippenwereld niet evenveel begrippen van de leeuw als er individuen zijn die over de leeuw denken - ER IS ER MAAR EEN. (Een universele denkwereld.)
Steiner, HET DENKEN: Ons denken is niet individueel zoals ons gewaarworden en voelen. Het is universeel. Het krijgt een individueel stempel in ieder afzonderlijk mens alleen doordat het op diens individuele voelen en gewaarworden betrokken is. Door deze bijzondere schakeringen van het universele denken onderscheiden de afzonderlijke mensen zich van elkaar.
In het denken vinden wij het element dat onze bijzondere individualiteit met de kosmos tot een geheel verenigt. Voor zover wij gewaarworden en voelen (en ook waarnemen) zijn wij afzonderlijke mensen, voor zover wij denken zijn wij het al-ene wezen dat alles doordringt.
Dat het zo moeilijk is het denken te observeren en op het wezen ervan vat te krijgen, komt doordat dit wezen maar al te gemakkelijk aan de innerlijke blik ontglipt zodra de ziel er haar aandacht op wil richten. Wat zij dan overhoudt, is niets anders dan de dode abstractie, het lijk van het levende denken. Men zal het vreemd vinden als iemand het wezen van de werkelijkheid ENKEL IN GEDACHTEN WIL VATTEN. Maar wie erin slaagt werkelijk het LEVEN IN HET DENKEN te vinden, die komt tot het inzicht dat opgaan in louter gevoelens of het beleven van het wils element niet eens te vergelijken is met de innerlijke rijkdom en de in zichzelf rustende maar tegelijk beweeglijke ERVARING van het leven in het denken.
Wie zich namelijk in het WEZENLIJKE denken inleeft, die vindt daarin zowel gevoel als wil, en beide ook in hun diepste werkelijkheid. Voor iemand die zich van het denken afwendt en zich alleen maar op het pure VOELEN en WILLEN richt, verdwijnt uit beide de ware werkelijkheid. Wie het denken INTUÏTIEF ERVAREN wil, die doet ook de gevoels- en de wilservaring recht.
Wie het denken observeert, leeft tijdens deze observatie direct in een geestelijke, zich zelf dragende wezensactiviteit. Je kunt zelfs zeggen: het wezen van het geestelijke zoals het zich in EERSTE INSTANTIE aan de mens voordoet, kun je leren kennen in het op zichzelf berustende denken. (Met het ‘geestelijke’ dat Steiner in deze zin noemt, bedoelt hij de geestelijke ervaringswereld.)
Nawoord Pim blomaard: (vertaler) Steiner heeft twee zaken onderscheiden, observeren en denken. Wat gebeurt er als je beide activiteiten op elkaar betrekt, kan het denken zichzelf observeren? Steiner roept de lezer op om dit te proberen en daarbij een unieke ervaring op te doen: de ervaring dat de denkende activiteit tot waarnemingsinhoud en het observeren tot zuiver denken wordt. De denkactiviteit die zichzelf observeert is de waarnemingsinhoud die zichzelf produceert. Dit zichzelf kennende denken is het fundament dat Steiner absoluut verklaart.
Veel lees- en denkplezier, Krien van der Meer. |
||