|
Krien & Quirinus DE WEBSITE VAN KRIEN VAN DER MEER MET ZIJN OVERPEINZINGEN OVER DE ANTROPOSOFIE EN HET LEVEN |
|
|
|
NATUUR
DE WINTER |
|
Januari 2010
Op de fiets onderweg naar een vriend zo half januari is het leuk de aandacht te richten op de natuur. De winter: de natuur ademt als het ware in, de bomen en struiken trekken zich in zichzelf terug. Hier en daar bevinden zich aan bepaalde bomen nog wat bladeren, die hebben een kleine vorstperiode nog weten te overleven; natuurlijk zijn ze bruin maar ze hebben nog net contact met de boom waaraan ze ontstaan zijn. En ze zullen ongetwijfeld beslist vallen als het hun tijd is.
Heel anders is het voor hulststruiken, zij trekken zich nog niet veel aan van de winter en blijven waarschijnlijk hun bladeren behouden in de winterperiode. Een talent van de hulst is dat ze veel wordt gebruikt in de kerststukjes, hulst als het ware winterhard. Winterhard houdt letterlijk in “de winter overlevend”.
De heg, de buxus, deze struik reageert weer heel anders en kan zijn bladeren behouden, maar na een stevige vorstperiode beginnen zich ook bij de heg de bruine bladeren van, mag ik zeggen, tonen van berusting te vormen. Ook de bladeren van de heg zullen vallen. En ook de heg moet in het voorjaar weer opnieuw beginnen met de opbouw van zijn struikleven.
De treurwilg, van onderweg, laat heel duidelijk zijn gele kleur zien; zij springt er uit door zijn heel bepaalde kleur en juist door de winter valt dit op. De witte berk die ik onderweg passeerde, zo zonder bladeren, ziet er eigenlijk nog witter uit, zij accentueert als het ware haar eigen bepaalde kleur.
Ook in mijn gevoel voelt de winter anders aan als de andere jaargetijden. Ik bespeur een behoefte van gewoon een beetje meer bij mijzelf te zijn. Alles gewoon maar te laten zijn zoals het is. Rustig thuis een beetje naar de radio te luisteren. En niet teveel moeten van mijzelf. Als het ware wat meer behoefte aan geborgenheid, een soort ingetogenheid. Maar, “de plicht roept”; het leven met de door mij aangegane verplichtingen gaat door.
Tot schrijfs, Quirinus
|
|